Van een middeleeuws geslacht...
Nadat de hertog van Brabant in 1275 aan jonker Werner van Bolland toestemming had gegeven om in de dalkom bij de Sinselbeek een kasteel te bouwen, begint het bonte tableau aan namen die tezamen een groot deel van de regionale geschiedenis hebben beheerst.
In 1372 begint de periode van het geslacht De Geloes met Reynerus Galoys, afkomstig uit Aken. Achtereenvolgens gaan de bezittingen over op de families Van Caldenborn, Van Eynatten, Schaesberg, Weiswiller en De Geloes.
In 1702 kocht Majoor Van Volckershoven het kasteel van zijn zuster de weduwe Brewer die het weer vererfde van haar zoon Peter Leonard van Brewer. Kort daarna is de verwante Maria Elisabeth van Thimus (1739-1776), getrouwd met FranzWilhelm baron von Lognay (1734-1803) de eigenaar.
Via de vrouwelijke lijn gaan kasteel en kasteelpark in 1801 over in bezit van Jean Charles Joseph Freiherr von der Brüggen (1767-1834) om dan door huwelijk te komen aan Friedrich von Coels (1784-1856). Zijn erfgenamen verkopen het in 1884 aan het echtpaar J. Hubertus Brouwers (1833-1892) en Emilie Regout (1834-1886). Het Algemeen Mijnwerkersfonds koopt het kasteel in 1933 om een jaar later over te gaan aan de Orde der Franciscanessen.

